19 mei 2018

Piet-Hein Donner (RvS): “in de prullenbak”

Heb ik toch lange tijd gedacht dat ik een van de weinigen in het land was die het opportunisme, het AOW-gedraai, het (weer) strafbaar willen maken van ‘godslastering’, en zijn politiek correcte houding tegen het moslim-fundamentalisme als bewijs  zag van het gebrek aan kwaliteiten van mr. Piet-Hein Donner. Weliswaar gedoogde, volgens geruchten, koningin/prinses Beatrix Donner niet in haar nabijheid, maar de man die eigenlijk vice-voorzitter van de Raad van State had moeten worden maar het niet werd, Ernst Hirsch-Ballin, wel, maar door anderen werd hij als verzetsheld uitgenodigd, en als kenner van Europese integratie.
Dus, hij leek mij een onwrikbare reputatie te hebben onder mensen die wat voorstellen. Niet dus. Nu zijn termijn als vice-voorzitter van de raad van State bijna ten einde is, daalt er een regen van kritiek op Piet-Hein neer. Zo veel, dat wij zelfs een beetje medelijden met hem krijgen. Vooral dit stuk uit mijn krant is nogal bijtend. Hoogleraar Wim Derksen lijkt het zozeer op Donner gemunt te hebben dat hier wellicht sprake is van persoonlijke rancune. De heren zullen elkaar bij voorkeur niet op straat willen tegenkomen, als zij althans een ouderwets duel willen voorkomen. Donner, zo zegt Derksen, is: “iemand die zijn eigen capaciteiten, vooral zijn intellectuele, wonderbaarlijk overschat.” De zes jaren met Donner in de Raad van State zijn “slechte jaren” geweest en Derksen verhaalt ook nog eens hoe econoom Wolfson over de stukken van Donner dacht. Die stukken konden, volgens Wolfson, het beste de prullenbak in. Inderdaad, ik kan alleen maar instemmend glimlachen bij deze karakteriseringen van Donner. De vraag is enkel hoe het dan toch komt dat deze man die kennelijk door velen als non-valeur wordt gezien, zulke mooie openbare functies heeft gekregen. Waarom zat hij niet al veel eerder “in de prullenbak”?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten