15 februari 2018

Ruud Lubbers (1939-2018); politieke reus, wetenschappelijke dwerg

Ruud Lubbers, de grote CDA-man van de jaren 80 en begin jaren 90, gaf de beste jaren van zijn leven aan de Nederlandse politiek, maar zadelde Europa met slechte begrotingsafspraken op. Door zijn wispelturig gedrag vlak voor zijn terugtreden in 1994 had hij bovendien een groot aandeel in de grote electorale terugval van het CDA. Het CDA raakte vervolgens zo in paniek dat ze iedereen die misschien een belofte leek, binnen de gelederen probeerden te krijgen. Zo dacht het CDA dat ik precies paste bij het gedachtegoed van de partij en, zonder heel erg gelovig te zijn, dacht ik dat eigenlijk ook. Dus werd ik lid van het CDA en ik werd direct de commissie ingeduwd die het programma opstelde voor de verkiezingen van 1998. Daar zat ook de toen nog onbekende Jan-Peter Balkenende, een opportunist pur sang, die in 2002 vanuit het niets naar grote politieke hoogte steeg. Enfin, terug naar Lubbers. Na al zijn mislukte pogingen na 1994 om een internationale topfunctie te bemachtigen, werd hij in 1995 hoogleraar globalisering aan mijn universiteit en in de vakgroep waar ik toen voorzitter van was. Zijn benoeming werd mij van hogerhand opgedrongen, maar ik vond die voor de universiteit beschamend, want Lubbers was overduidelijk geen wetenschapper. Voor Lubbers zelf vond ik dit hoogleraarschap vernederend. Hij, de politieke reus van weleer, was opeens omgetoverd in een wetenschappelijke dwerg. Ik had weinig contact met hem, maar op een gegeven ogenblik, toen ik inmiddels in de programmacommissie van het CDA zat, bood hij mij zijn diensten aan. Ik heb er geen gebruik van gemaakt, ongemakkelijk als ik me voelde over zijn hoogleraarschap. Eigenlijk was ik opgelucht toen hij in 2001 alsnog zijn hoge topfunctie bemachtigde. Daar werd hij in feite het eerste slachtoffer van een #metoo-campagne.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten