20 februari 2018

Harrie Verbon (docent en emeritus UvT): Colleges over de EvO, III


Na de carnavalsvakantie staan de studenten natuurlijk weer te trappelen om colleges in de Economie van de Overheid (EvO) te volgen. Dit is het derde college, zie hier voor de eerste twee colleges. Dit derde college gaat over hoe er gestemd wordt in de EU, namelijk door het Europees Parlement (EP), door de Raad van de Unie (RU), en door de kiezers. Als je er even over nadenkt (maar deskundigen hebben daar lang over nagedacht), kom je al gauw tot de conclusie dat de beslissingsmacht van het EP betrekkelijk gering is, alhoewel iets groter dan pakweg 30 jaar geleden. Het EP kan wetten goedkeuren of afkeuren, maar wetten voorstellen kan niet. Dat kan alleen de Europese Commissie (EC). De EC is niet rechtsreeks gekozen. De RU (zeg maar de EU ministers van een bepaald beleidsterrein) kan ongeveer hetzelfde als het EP, maar heeft toch impliciet meer macht. De vertegenwoordigers van de lidstaten zijn immers verantwoording schuldig aan hun eigen parlementen en die weer aan hun kiezers. De leden van de RU hebben er dus belang bij EU-beleid te blokkeren dat niet goed bij hun eigen kiezers valt. Via nationale verkiezingen heeft een kiezer dus misschien meer invloed op het Europese beleid dan via de verkiezingen voor het EP. Als dat zo is en als de kiezer Europese zaken belangrijk genoeg vindt, zal zij er belang bij kunnen hebben voor een partij te kiezen met extreem anti- of pro-Europese opvattingen. Meer weten? Begin dan hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten