30 januari 2018

Kate Raworth: “Maak een donut en redt de wereld (slot)”

Macro-economische groei verandert de wereld: er komen nieuwe producten, andere productiemethoden en daaraan gekoppeld nieuwe banen. Alles wordt anders en dan, zoals we zagen, heeft de micro-theorie niets meer te zeggen, want deze theorie weet niet hoe je het welzijn in wereld A zou kunnen vergelijken met het welzijn in een hele andere wereld B. Dat ligt ook voor de hand. We weten niet of mensen nu met hun smart phones, laptops, tv-films on demand, enz. enz., meer welzijn kennen dan de mensen van 60 jaar geleden toen dat er allemaal niet was. Onvergelijkbaar. Kortom, Rahworth trekt een sweeping conclusie (“de economische theorie bewijst dat continue economische groei het menselijk welzijn het beste dient”) uit een verkeerde interpretatie van de theorie. De theorie kan wel in een gegeven wereld laten zien dat mensen meer van ieder goed zouden willen hebben. Als mensen in een andere wereld met een hoger nationaal inkomen meer (en vooral anders) kunnen consumeren dan in een vorige wereld met een lager nationaal inkomen, kun je niet zeggen in welke van de twee werelden het welzijn hoger is. Waarom komt Raworth dan met deze discutabele stelling? Dat komt omdat veel groepen hogere economische groei willen. De eerste decennia na de tweede Wereldoorlog is er vrijwel continu sprake geweest van een toenemend nationaal inkomen. Het extra inkomen werd gebruikt voor opbouw en uitbouw van de welvaartsstaat (overheid) en de ontwikkeling van de consumptiemaatschappij (werknemers) en leverde de kiem voor toenemende winstinkomens (werkgevers). De welvaartsstaat maakte het mogelijk kansloze mensen met een appel en een ei (oftewel bijstand) tevreden te stellen; de consumptiemaatschappij zette de leefbaarheid van de planeet onder druk; toenemende winsten hebben vooral tot grotere ongelijkheid in vermogens geleid. Dat is allemaal echter niet de schuld van de economische theorie. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten