12 december 2017

Kate Raworth: “Maak een donut en redt de wereld, I”

Ik ging in 1969 economie studeren aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Mijn doel was te leren hoe je met behulp van de economische wetenschap de wereld, inclusief Nederland, naar een zo hoog mogelijke welvaart kon sturen. Dat was eigenlijk wel een vreemd doel, want toen (1969) beleefden de economieën in de vrije wereld een periode van continue en hoge economische groei. Deze groei was in de geschiedenis van de mensheid nog nooit zo hoog geweest als in die eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Het zou gauw uiteenspatten, maar dat wist ik toen nog niet. Ik wilde economie leren, maar daar kwam weinig van terecht: de VU-hoogleraren bleken weinig van economische theorie te weten. Sommigen brabbelden wat over Marxistische theorie, anderen vertelden onsamenhangende verhalen over economische groei; slechts een enkeling was in staat uit te leggen waarom er een probleem was in de zogeheten welvaartstheorie. Het was een grote desillusie. Na twee jaar had ik het gevoel dat ik helemaal niets was opgeschoten; ik haalde tentamens, maar die waren geen toetsen op mijn vaardigheid de economische wereld te redden; vaak werd er alleen maar getoetst of ik het onleesbare eigen werk van de hoogleraar wel goed gelezen had. Hoe anders is de ervaring die Kate Raworth in haar boek Doughnut economics beschrijft. Zij wilde de wereld verbeteren (honger bestrijden, milieurampen voorkomen, en dergelijke) en dacht dat een studie economie haar daarbij zou kunnen helpen. De economische theorie werd haar prima uitgelegd, maar het bleek haar dat de theorie uitging van vreemde aannames over hoe de wereld werkte. Zij schaamde zich, na haar afstuderen, dat ze een econoom was, en dus noemde ze zich nooit zo, maar ging ze zich bezig houden met ‘echte’ uitdagingen.  (verder lezen)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten