06 december 2017

Harrie Verbon: geen recht op een veilige en gezonde werkomgeving?

Nog maar even herhalen: ik had in het universiteitsblad een column geschreven over #metoo, die een storm had veroorzaakt, compleet met een open brief  van 40 academici. Had ik die storm niet zelf veroorzaakt, vroegen vrouw en dochters. Zeker, ik had geen rekening gehouden met het Mohammed-met-bomtulband’-effect. Door mijn wellicht wat al te badinerende toon trapte ik kennelijk op vele tere gekwetste academische zielen die dachten dat ik (seksueel) machtsmisbreuk een goed idee vond. Daar moesten vrouw en dochters dan weer wel om lachen. Ja, lach er maar om. Hoe voelt het als je je in het openbaar besmeurd voelt, terwijl mijn boodschap juist was dat we elkaar op dit vlak in het openbaar niet moeten besmeuren. Ik bereikte precies het tegenovergestelde, namelijk een hetze tegen mij waarin 40 academici mij van zaken beschuldigden die in geen van de 500 woorden van mijn column stonden. En dan nog iets. Mijn College van Bestuur (CvB) reageerde naar de open-brief schrijvers: “De inhoud van de column [die van mij dus, HV] past niet bij de manier waarop wij binnen onze universiteit met elkaar willen omgaan. (…) Het college hecht eraan dat men deze organisatie als een veilige en gezonde werkomgeving ervaart.” Zeker, ik hecht daar ook aan, maar kennelijk heb je daar geen recht meer op als je iets te ironisch over de #metoo-beweging schrijft. Het CvB beschuldigde mij ervan een “onnodige en kwetsende” column te hebben geschreven, maar wilde dat op mijn verzoek tot twee maal toe niet toelichten. Ik voelde mij Josef K. uit Het Proces van Franz Kafka die nog steeds niet weet waar hij van beschuldigd wordt als hij op het eind van de roman wordt geëxecuteerd. Die gezonde en veilige werkomgeving is er wel voor de aanklagers, maar, net als bij Kafka, niet voor de aangeklaagde. (hier is het begin van deze academische #metoo discussie en het slot nadert)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten