27 oktober 2017

Vanessa Evers (#me too): wil brandmerken en heksenjacht

Ik ben al ruim 45 jaar monomaan monogaam, Ik verkracht geen vrouwen, rand ze niet aan en kijk zelfs geen porno (ook niet onder werktijd). In mijn ruim 40 jarig verblijf in de Academie heb ik nooit erotisch getinte suggestieve mailtjes naar vrouwelijke collega’s of studentes gestuurd. Althans, niet dat ik weet. Ik weet eigenlijk ook niet of dit nu goede, of juist slechte eigenschappen van mij zijn. Een zekere mate van opdringerigheid (naar alles en iedereen) legt een betere basis voor academisch succes dan een bescheiden opstelling. Enfin, van mijn directe collega’s is er niemand die ik verdenk van opdringerigheid. In de ruimere academische wereld ken ik wel een paar (mannelijke) collega’s die ik van te veel opdringerige belangstelling voor vrouwen verdenk, maar dat zijn ook, laten we zeggen, topshots. En enig bewijs heb ik niet. Dus, ik noem ook geen namen. En inderdaad, op internationale congressen heb ik het ook wel eens meegemaakt dat een (buitenlandse) collega, die te ver over zijn theewater was, op de late avondborrel een vrouwelijke collega ‘uitnodigde’ om... Ok, niet professioneel, maar om nu te zeggen dat “expliciete seksuele intimidatie vanuit een scheve machtsverhouding of impliciete intimidatie (…) wijdverspreid is en geaccepteerd wordt, ook in de wetenschap”, zoals Vanessa Evers, hoogleraar aan de Universiteit van Twente, beweert, dat lijkt me toch wel een al te boude stelling. Het is eigenlijk vooral een overbodige stelling. Universiteiten hebben vertrouwenspersonen in dienst waar studenten en medewerkers zich met hun klachten kunnen melden. Dat werkt niet, volgens prof. Evers, omdat klachten daar in discretie worden afgehandeld. Zij wil dus dat ‘schuldige’ mannen definitief worden gebrandmerkt en zich nergens meer kunnen vertonen. Dat leidt eerder tot een heksenjacht (op mannen!) dan tot het vermijden van ongewenst gedrag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten