19 september 2017

Martin van Rijn (VWS): De perfecte politieke crimineel

Afgelopen voorjaar sprak een journalist mij aan op mijn stukjes over de met pgb’s gefinancierde huizen voor demente bejaarden, de zogenaamde Herbergiers. Mijn voornaamste bezwaar was dat door de financiering met pgb’s de parlementaire besluitvorming wordt doorkruist (zie hier, of anders hier). De journalist vond dat een raar argument, want het parlement had daar volgens hem al weinig over te zeggen. Ik kon me dat niet voorstellen. Een van de meest wezenlijke bevoegdheden van ons nationale parlement is om over de omvang van budgetten voor collectieve voorzieningen te besluiten. Tot mijn schande moet ik nu toegeven dat de journalist gelijk had. Ik wist niet dat het zogenaamde Zorginstituut los van het parlement kwaliteitsnormen voor de zorgsector kan opleggen. Die normen kunnen grote budgettaire consequenties hebben. Dat laatste bleek vanochtend uit een briljant stuk in mijn krant. Onze geliefde staatssecretaris van volksgezondheid, Martin van Rijn (ook demissionair niet weg te slaan uit de media), had namelijk besloten om het Zorginstituut een ‘kwaliteitskader’ voor de ouderenzorg op te laten stellen. Het resultaat vinden we hier (lees met name paragraaf 6.3). Volgens deskundigen zou dat kader op korte termijn 2 tot 3 miljard euro extra gaan kosten. Wat het op langere termijn (zeg 40 jaar) zou kunnen kosten, durft kennelijk niemand te zeggen. Zullen we het op 8 tot 12 miljard euro extra houden? Martin van Rijn heeft dus, zonder dat de Kamer dat door had, een flinke rekening bij de huidige en toekomstige belastingbetaler neergelegd. Dat is wat de krant een perfecte politieke misdaad noemt: zonder het de Kamer te zeggen de Kamer beroven van zijn parlementaire bevoegdheden. Is het boerenslimheid of een juridische blunder van de staatssecretaris? Laten we het houden op het afschuiven van verantwoordelijkheid. Daar is hij als bewindsman goed in geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten