27 april 2018

Harrie Verbon (docent en emeritus UvT): Colleges over de EvO, VIII

We zijn alweer bij college 8 in de cursus over de economie van de overheid (zie hier voor het begin van de colleges 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7), hoewel ik in real time het laatste college al gegeven heb. Wij gaan het ditmaal hebben over een van de klassieke onderwerpen in de leer der openbare financiën, namelijk hoe op een ‘optimale’ manier inkomstenbelasting te heffen. Optimaal wil dan zeggen dat de belasting rechtvaardig en efficiënt, dat wil zeggen met zo min mogelijk administratieve en economische kosten geheven moet worden. Vanaf de grondlegger van de economische wetenschap Adam Smith tot op vandaag is er onenigheid over de precieze invulling van deze begrippen. Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over wat rechtvaardig is en ook over de vraag wanneer een belasting efficiënt is, verschillen de meningen. Sommige economen hebben  heel sterke meningen. Bas Jacobs, bijvoorbeeld, in Nederland waarschijnlijk degene die het meest met dit onderwerp bezig is, is in staat nuttige adviezen te formuleren, maar hij overschat wat je met theoretische kennis empirisch kunt beweren. Hij heeft een onwankelbaar geloof dat sommige belastingen te hoog kunnen zijn. Onze minister-president gelooft (of geloofde) ook heilig dat het afschaffen van de dividendbelasting goed is voor de economie en/of de schatkist. Hij was echter een van de weinigen. Deze voorbeelden laten weer zien dat we in de economische wetenschap weinig precieze kennis hebben over de gevolgen van beleid, in dit geval belastingpolitiek. Algemene principes zijn gauw geformuleerd, maar zodra het over de feitelijke invulling gaat, wordt het eerder een kwestie van smaak dan van harde feiten. Ook al pretenderen sommigen dat smaak echt een kwestie is van harde feiten. (Hier begint het college)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten