09 februari 2018

Michiel Bot (UvT): quasi-academische kritiek op Wilders (VII, slot)

Bot gaat ervan uit dat Wilders’ kritiek op de islam een uiting is van vreemdelingenhaat, maar hij had kunnen weten dat Wilders de islam als een gevaar voor de rechtsstaat beschouwt. Organisaties die een gevaar zijn voor de rechtsstaat kunnen verboden worden en worden soms feitelijk verboden. Wilders is in zijn uitingen over moslims niet altijd even subtiel en Bot laat de (Engelstalige!!) lezer denken dat Wilders’ uitingen alleen maar uit dergelijke politieke retoriek bestaan. Het probleem dat Wilders aankaart is dat de islam van nature een gewelddadige religie is. De koran keurt geweld tegen niet- of anders gelovigen goed. Daarom moet de koran (net als mein Kampf) verboden worden. Volgens deze redenering zou hij het oude testament echter ook moeten verbieden, want dat keurt immers geweld tegen ongelovigen ook goed. Waarom neemt Wilders de koran letterlijk en het oude testament niet? Het antwoord is heel eenvoudig dat moslims de voorschriften van de koran letterlijk nemen en boven de Westerse rechtsstaat stellen, terwijl christenen het oude testament als een boek van zijn tijd beoordelen. Wilders heeft dit punt in de politieke debatten meerdere malen ingebracht, maar zijn tegenstrevers willen dit punt liever verdoezelen. Net als Bot. In het politieke debat kan ik me dat voorstellen, want als je toegeeft dat moslims de rechtsstaat niet wensen te respecteren, moet je daar consequenties aan verbinden en dat willen de tegenstanders van Wilders niet. Maar dat Bot in het academische werk de motivering van Wilders achterwege laat in zijn ‘bewijs’ dat Wilders’ uitingen getuigen van racisme, fascisme, nazisme en een verlangen naar etnische schoonmaak, is op zijn best quasi-academisch. Voor de redactie van het Nederlandse filosofische tijdschrift Krisis was dat bewijs acceptabel. Kennelijk is het met het academische niveau van de Nederlandse filosofiebeoefening slecht gesteld.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten