06 februari 2018

Harrie Verbon (docent en emeritus UvT): Colleges over de EvO, II

Het eerste college Economie van de Overheid (EvO) voor tweedejaars economiestudenten is inmiddels geweest. Volle bak, ongeveer 90 studenten. Voor een beetje interactie met studenten is dat wat veel, maar het kan. Dat aantal zal overigens, zo is mijn ervaring, gedurende de collegeperiode langzaam terug lopen. Het vak EvO is namelijk slechts verplicht voor ongeveer 55 studenten. De andere studenten volgen het vak uit eigen vrije wil en een aantal van hen komt er dan achter dat EvO toch iets te veel gevraagd is. Het blijkt dat om dit vak te kunnen volgen, vaardigheid in het nemen van afgeleiden van wiskundige functies vereist is. Diegenen die college 1 gelezen hebben (hier is het begin), zal dat verbazen. Geen wiskundige functie te bekennen, namelijk. Nee inderdaad, economische theorie kan opgeschreven worden zonder enige wiskunde te gebruiken, maar om zeker te zijn dat wat je opschrijft geen onzin is, zal je toch even moeten rekenen. Economische theorie is namelijk een vorm van toegepaste logica. Je gaat uit van een aantal aannames, bijvoorbeeld dat de overheid van een lidstaat binnen een economische unie de welvaart van haar eigen burgers wil maximaliseren (niet altijd waar, uiteraard), dat de wensen van de eigen burgers bekend zijn (ook niet altijd waar) en dat ook bekend is in hoeverre burgers van andere lidstaten profiteren van de overheidsvoorzieningen van naburige lidstaten (idem). Gegeven deze aannames kan dan uitgerekend worden of een overheidsvoorziening beter door een lidstaat zelf (‘subsidiariteit’), of beter door de unie (centralisatie) kan worden aangeboden. Het resultaat kan dan weer in gewoon Nederlands worden opgeschreven. Dat gaat in de colleges 2 EvO gebeuren en gaat inderdaad over de vraag welke taken de unie en welke taken de lidstaten op zich zouden moeten nemen. (Begin hier)   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten