28 november 2017

Harrie Verdom (ik): #nomoremetoo, IV

We zagen dat ik mij in mijn nomoremetoo-column tegen een #metoo-campagne in de academie keerde. Waarom eigenlijk? Ik weet uit eigen ervaring dat als jij de bovenliggende partij lijkt te zijn, en van machtsmisbruik wordt beschuldigd, weerwoord geen enkele effect meer heeft. Je bent gebrandmerkt. Er is dan weinig voor nodig om een campagne in een hetze te laten ontaarden. Het soort hetzes zoals die tijdens de Stalin-terreur in de Sovjet-Unie voor de Tweede Wereldoorlog, of tijdens het McCarthyisme van vlak na de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten gangbaar waren. Onder communistenjager McCarthy regende het verdachtmakingen en wie ervan verdacht werd een communist te zijn, kon nauwelijks meer als volwaardig burger functioneren. Als je in de tijd van de Stalinterreur een hekel had aan je buurman, hoefde je hem maar aan te geven bij de geheime politie en je was van hem af. In de #metoo-campagne hoef je je buurman maar te beschuldigen van seksuele intimidatie en/of misbruik en je bent van hem af. Is dat niet een overdreven vergelijking? Kijk naar de publiek geuite beschuldigingen van journalist Jelle Brandt Corstius tegen een ex-collega van hem en hoe half cultureel Nederland die beschuldigingen zonder enige rechterlijke uitspraak voor waar aannam. In onze rechtsstaat biedt zo’n tafereel een tamelijk ontluisterende aanblik. Moeten we daar op de academie voor kiezen? Eigenlijk wist ik niet wat Sjaak Kroon c.s. dan wel wilden, behalve dat ze mij uit de kolommen van Univers wilden verwijderen. Een ingezonden reactie van Robbert Coenmans, kameraad van Kroon, op de website van Univers luidde: “dat er ook niet zo heel veel aan de hand is als een verschrikkelijke mening verwijderd wordt.” Die verschrikkelijke mening was mijn mening en die moest dus verwijderd worden. Het begon erg naar gas te stinken. (hier is het begin van deze discussie; ga hier verder)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten