12 september 2017

Peter Janssen (dopingarts, 75 jaar): hypocriet en immoreel

Peter Janssen diende als arts doping toe aan wielrenners, zegt hij in de Volkskrant. Hij noemt, onder andere, Leontien van Moorsel als een klant van hem. Van Moorsel is nog actief in de wielrenwereld, Peter Janssen niet. Hij zit, bejaard en wel, veilig ver weg met zijn Thaise vrouw in Thailand. Het schaadt hem niet als hij bekent doping te hebben toegediend. Hij zal niet opgepakt worden door de Thaise politie, hij hoeft zich voor niemand te verantwoorden. Hij kan zelfs zeggen wat hij wil, hij kan de reputatie van anderen besmeuren zelfs als hij geen enkel bewijs kan leveren voor zijn beweringen. Een kleine dertig jaar geleden, toen dokter Janssen volop bezig was doping toe te dienen en hij, mogen we aannemen, flink verdiende aan zijn dopingpraktijken zou openbaarheid hem wel geschaad hebben. Uiteraard, maar toen hield hij zijn mond dicht, terwijl de wielersport er toen mee gediend zou zijn als dopingpraktijken naar buiten waren gekomen. Het is dus nogal hypocriet en immoreel om daar nu mee te komen: de renners van toen kunnen zich op geen enkele manier verdedigen. Er is immers, mogen we aannemen, geen bewijsmateriaal meer aanwezig waarmee schuld of onschuld aangetoond kan worden. Zodra echter een renner in verband wordt gebracht met doping, bewijs of niet, vindt men hem/haar schuldig, want de controles waren (en zijn) niet waterdicht. Dit is ook wat ‘expert’ Thijs Zonneveld meent. Hij schrijft: “Dat verschillende betrokkenen zijn beschuldigingen ontkennen is bijna traditie: het gebeurt bij vrijwel alle dopingverhalen. Maar de auteurs van het artikel zijn niet over één nacht ijs gegaan: het verhaal van Janssen wordt op verschillende punten bevestigd door andere bronnen.” Dan leest Zonneveld meer dan ik: de ‘bronnen’ bevestigen de verhalen van Janssen alleen maar op onschuldige onderdelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten