07 maart 2017

Mathijs Bouman (econoom): lijdt aan AOW-leeftijdssimplisme, I

Alles wat ik gezien heb van het lijsttrekkersdebat in Carré, afgelopen zondag, is de volgende samenvatting van de discussie door de zich econoom noemende Mathijs Bouman. Dit fragment betreft zijn commentaar op de AOW-leeftijd-discussie tussen de lijsttrekkers. Die discussie, zo zei onze econoom ter plaatse smalend, ging over de vraag of de AOW wel of niet betaalbaar was, maar zo zei hij “als econoom vind ik dat zonde, want er is een veel betere reden om de AOW-leeftijd te verhogen, namelijk om de schaarste aan werknemers in de toekomst te voorkomen.” Hij liet vervolgens het plaatje hiernaast zien. Dat geeft het aantal werkenden per AOW-er nu en in 2050. In 2050 zijn er 2 werkenden per AOW-er als de AOW-leeftijd 65 jaar zou zijn en 3 werkenden per AOW-er als de AOW-leeftijd tegen die tijd 70,5 jaar is (zoals momenteel wettelijk is vastgelegd). “Daar gaat het om,” zegt Bouman, “niet om de poen, maar of er nog genoeg werknemers zijn in de toekomst.” De kijker moet dan kennelijk direct inzien dat als de AOW-leeftijd wordt verhoogd, alle nog niet AOW-gerechtigden blijven werken. Helaas voor Bouman is daar nog geen enkel zicht op. Momenteel blijft ongeveer een kwart van de mensen, die voor hun 65e werkten en op hun 65e nog geen AOW krijgen, doorwerken. Hoe dat in 2050 zal zijn, weet ik, in tegenstelling tot Bouman, niet, maar als het net zo is als nu, dan zullen er tegenover elke AOW-er bij een AOW-leeftijd van 70,5 jaar geen 3, maar 2,25 werkenden staan. Die 0,75 werkenden die Bouman ziet in zijn glazen bol, maar ik niet, zouden wel eens een werkloosheidsuitkering of een ziektewetuitkering kunnen ontvangen. Meestal zijn de kosten daarvan hoger dan de AOW. Tel uit je winst (wordt vervolgd).  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen