12 januari 2017

Marie-José Thunnissen (NVAB): mosterd over de AOW-leeftijd

Toen begin 2009 plotseling de politieke steun voor een verhoging van de AOW-leeftijd begon toe te nemen, verzette ik me daar heel alleen of met diverse anderen tegen. Een van de tegenargumenten was dat een verhoging van de AOW-leeftijd vooral nadelig zou zijn voor mensen met een laag inkomen. Behalve dat zij een laag inkomen hebben, zijn zij minder gezond en kunnen daardoor niet zonder problemen langer doorwerken. Bovendien leven deze mensen korter en als ze dan langer moeten doorwerken, profiteren ze, vergeleken met mensen die het beter hebben, nog minder van de AOW. Allemaal heel erg voor de hand liggende argumenten, maar het mocht niet baten: te veel economen en te veel politici waren voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Inmiddels staat de AOW-leeftijd voor dit jaar op 65 jaar plus 9 maanden en zullen, volgens de huidige wet, in 2060 mensen pas als ze 71 jaar en 6 maanden zijn voor het eerst van hun leven een AOW-uitkering krijgen. Wat dit betekent voor de mensen met lage inkomens en slechte gezondheid is niet zo moeilijk te raden. “Het leidt tot voortijdige uitval, niet alleen bij traditioneel als zwaar bekendstaande functies (…). We zien dat werknemers in de zorg en in het onderwijs nu soms al de 65 niet halen.” Juist, dat zeiden wij in 2009 (zie boven). Maar nee, dit was geen zelfcitatie; dit heeft Marie-José Thunnissen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde deze maand, januari 2017, gezegd en zij heeft er de krant mee gehaald. Zij vertegenwoordigt de bedrijfsartsen in Nederland. Mooi dat wij na 8 jaar gelijk krijgen. Jammer alleen dat deze noodkreet over de verhoging van de AOW-leeftijd 8 jaar te laat komt. Daarmee heeft deze klacht van de bedrijfsartsen nu wel erg een mosterd-na-de-maaltijd karakter. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen