20 september 2016

Henk Jan Out: “medicijnen zijn duur omdat ze waardevol zijn.”

De farmaceutische industrie heeft geen goede reputatie meer in het land. Ten onrechte, zegt Henk Jan Out afgelopen weekend in een interview in De Volkskrant (alleen voor abonnees). Dankzij de farmaceutische industrie zijn er medicijnen op de markt gekomen die veel gezondheidswinst hebben opgeleverd. En ja, de industrie maakt wel ongekend veel winst (zo’n 20%), maar het risico op mislukkingen is dan ook erg groot. En, nog steeds volgens Out, als we nieuwe medicijnen te duur vinden, zeg dan wat ze wel mogen kosten. Inderdaad (zegt schrijver dezes), bij ieder nieuw (of oud) medicijn zou de discussie moeten gaan over de vraag of de genezingskans voldoende opweegt tegen de extra kosten van het medicijn, want niet alles wat de medische techniek vermag kan uit de algemene financiële middelen worden gefinancierd. In het Verenigd Koninkrijk is er een maximaal bedrag per gewonnen levensjaar ingesteld. Maar in Nederland wordt dat min of meer schandelijk gevonden. Zie de discussie over het zogenaamde Pompemedicijn tegen spierziekte, waar zelfs cabaretiers zich mee bemoeiden. Hoe komt het toch, wordt aan Out gevraagd, dat er geen verband lijkt te zijn tussen de vraagprijs van een medicijn en de kostprijs? En daar blijkt helaas dat Out niet veel kaas van economie heeft gegeten. Hij zegt letterlijk: “De prijs wordt meestal niet bepaald door de productiekosten, maar door de waarde voor de gebruikers. Ook bij geneesmiddelen. Een medicijn dat patiënten geneest, of minder ziek maakt, is van grote waarde voor patiënten en de maatschappij.” Water en zuurstof, zou ik zeggen, zijn ook van zeer grote waarde voor de maatschappij, we kunnen niet zonder. Toch betaal je er weinig (water) of niets (zuurstof) voor. Misschien kan Henk Jan Out, zelf overigens in dienst bij een farmaceut, daar eens over nadenken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen