18 augustus 2016

Hans Wansink: weet niet wat neoklassieke economie is (schrijft er wel over)

Wij schreven over Volkskrantjournalist Wansink. Hij schreef een boek “Creatief na de crisis”. In de krant van 5 augustus mocht hij 1½ bladzijde lang er volop reclame voor maken. Hij beweert dat tot de kredietcrisis alle economen dachten dat de markt alles perfect regelt en voor optimale welvaart zorgt, maar sinds de kredietcrisis: ”De neoklassieke hegemonie die te lang het economie-onderwijs in zijn greep heeft gehouden, kreeg te maken met creatieve destructie.” Een van de economen die aan “het onklaar maken van het neoklassieke discours in de economische wetenschap én ver daarbuiten” heeft bijgedragen is, volgens Wansink, Thomas Piketty. Helaas weet Wansink niet waar hij het over heeft. Piketty is een neoklassieke econoom pur sang. Hij is zelfs zo neoklassiek dat Marxistische economen, die kapitalisten als uitbuiters zien, Piketty kapittelen omdat hij geen oog heeft voor de opvatting van kapitaal als basis voor macht en machtsmisbruik (zie hier). Piketty’s beroemde boek stoelt op neoklassieke uitgangspunten (maar dat ontgaat Wansink). Zonder die uitgangspunten had hij dat boek zelfs niet kunnen schrijven. Een zo’n uitgangspunt, bijvoorbeeld, is dat je kapitaal kunt meten, eenvoudigweg door de waarde van niet-menselijke hulpmiddelen die gebruikt worden bij de productie van goederen en diensten (machines, gebouwen, computers, etc.) bij elkaar op te tellen. Die meting is nogal cruciaal in het boek van Piketty, maar volgens een Marxistisch econoom is zo’n meting neoklassieke onzin: de waarde van kapitaal wordt vooral bepaald door manipulatie van de kapitaalbezitters. Zij kunnen, afhankelijk van de situatie, soms de waarde van hun bezit kunstmatig oppompen en soms klapt de waarde uit elkaar. Maar Wansink denkt dat zodra een econoom het over vermogensongelijkheid heeft, hij/zij geen neoklassiek econoom kan zijn. Wansink is gelukkig niet te oud (62) om aan een studie economie te beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen