19 juli 2016

Bas van den Haterd: winst in de zorg over de ruggen van cliënten? Dat mag!

Leest u dit stuk eens (maar let niet te veel op de spelfouten van de ‘auteur’, want dan haalt u het eind niet). Dit stuk gaat over een onderzoek van mij en mijn collega Jeroen Suijs naar zorginstellingen in Nederland. De boodschap van het stuk van BvdH is dat als er winst wordt gemaakt bij zorginstellingen dit een teken is van goede zorg voor de cliënten. Dat er winst gemaakt wordt is bovendien een redelijke beloning voor mensen die bereid zijn hun “hele spaargeld te investeren” met het risico dat ze dat helemaal kwijt raken. Bovendien: “In het artikel hanteert men een werkelijk schandalig percentage, een hoogleraar onwaardig. Winst moet je namelijk uitdrukken in een percentage van het geïnvesteerde vermogen, niet van de omzet.” Dat is een interessante redenering. Wij vonden namelijk dat bij veel van de zogenaamde zorgbedrijven het vermogen (“spaargeld”) dat de eigenaren in het zorgbedrijf hadden gestoken zeer laag was in verhouding tot de omzet. Soms was een inzet van 18.000 euro al genoeg om een omzet te draaien van ongeveer een miljoen euro en daar dan zo’n vier ton aan winst aan over te houden. Dat zijn dus rendementen van 100-en % per jaar op het geïnvesteerde vermogen. Die zorgondernemers mogen blij zijn, met andere woorden, dat wij de omzet als maatstaf voor de winst namen in plaats van het geïnvesteerde vermogen. Daardoor viel het niet eens zo erg op dat hier sprake was van woekerwinsten. Als een zorgbedrijf een miljoen aan zorggeld declareert bij de overheid en daar, na aftrek van kosten, vier ton aan overhoudt, moet dat bedrijf wel heel onwaarschijnlijk efficiënt geopereerd hebben. De echte conclusie is dat die zorg voor een groot deel gewoon niet geleverd is. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen