18 juni 2016

Martin van Rijn (staatssecretaris): gemeenten moeten doen wat ik zeg

Ja, laten we het weer eens hebben over Martin van Rijn, de staatssecretaris van volksgezondheid. Hij is verantwoordelijk voor de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten, wij hebben het daar al eens over gehad. Het argument van het kabinet hiervoor was dat gemeenten beter dan het Rijk kunnen voorkomen dat te veel kinderen in het medische circuit (van psychologen en psychiaters) terecht komen. Gemeenten kunnen beter dan het rijk tegenwicht bieden tegen het medische circuit dat zo machtig is, dat ze zelf het aantal cliënten kan bepalen. Gemeenten moeten dan wel de kans krijgen zelf te bepalen hoe ze de zorg gaan organiseren. Zoals wij zagen, was de staatssecretaris daar niet altijd even consequent in. Laten we deze quote maar weer eens herhalen: “Het is straks niet de gemeente die bepaalt welke zorg en medicijnen een kind krijgt, maar de professional.” Enfin, de gemeenten proberen de jeugdzorg te organiseren en daarbij is een papierwinkel onvermijdelijk. Het liefste willen de medici van de geest helemaal geen papieren invullen, want dan kunnen ze minder tijd aan de patiënt besteden, zeggen ze. Dan kunnen ze er ook minder aan verdienen, denk ik er dan bij, want in de geestelijke gezondheidszorg wordt goed geld verdiend. Daar heb je als geestelijke-gezondheidszorger natuurlijk liever geen pottenkijkers bij. Dus daar komt de staatssecretaris weer. Hij wil dat gemeenten en instellingen onderling de samenwerking stroomlijnen en als het te lang duurt, zal hij actie ondernemen. “Niemand wordt er vrolijk van als er meer geld gaat naar bureaucratie.” Helaas, de goede man begrijpt nog steeds niet dat decentralisatie betekent dat gemeenten (en niet het rijk) zelf kunnen bepalen hoe ze de uit de hand lopende kosten van de jeugdzorg gaan beteugelen. Kan die man zelf ook niet gedecentraliseerd worden?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen