13 juni 2016

Alexander Rosenberg: economie is geen wetenschap… O, toch wel

Een redacteur van een economisch tijdschrift gaf mij onlangs het advies het werk van Alexander Rosenberg te bekijken. Het ging om de vraag of het gebruik van wiskunde in de economie een bewijs is van de wetenschappelijke aard van economie. De bekende Amerikaanse econoom Paul Romer had beweerd dat veel academische economen wiskunde gebruikten, niet om de wetenschap te dienen, maar om anderen zand in de ogen te strooien. Zoiets, zei boven vermelde redacteur, had Rosenberg 24 jaar geleden ook al beweerd. Wij natuurlijk Rosenberg lezen. Volgens Rosenberg, anno 1992, investeerden academische economen steeds meer in wiskundige technieken in de hoop dat daarmee de economie beter verklaard kon worden, maar, helaas, aldus Rosenberg, de voorspellingen van economen worden er maar niet beter op. De economie blijft steken in toegepaste wiskunde en is dus geen wetenschap. Over wiskunde in de economie bestaan vele misverstanden (zie o.a. hier). Wiskunde is een taal waarmee veel economen spreken, die het echter niet makkelijker maakt om te voorspellen. Economie is een vorm van toegepaste logica, zoals de onsterfelijke Keynes schreef. Als je op basis van een economische theorie de economische werkelijkheid wilt gaan voorspellen, verliest de theorie zijn algemeenheid. Die voorspelling is immers maar op één plaats en in één periode geldig. Dat vond Keynes in 1938. In 2015 vond Rosenberg opeens economie toch wel een wetenschap, namelijk een historische wetenschap. De (economische) geschiedenis kun je met enig geluk verklaren, maar je kunt de geschiedenis niet voorspellen: iedere gebeurtenis is uniek en niet te herhalen. Daarom kunnen er ook geen ‘wetten’ zijn in de economie. Wetten die door de natuurkunde of de scheikunde zijn geformuleerd, zijn niet afhankelijk van plaats en tijd: ze zijn universeel geldig. De mens echter leeft alleen op planeet aarde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen