03 maart 2016

Paul Frissen (bestuursonkundige): “zij zijn allemaal fascisten”

“Het is in den lande een soort intellectualistisch vermaak geworden: een antwoord pogen te geven op de vraag of Geert Wilders een fascist is of niet. Het is zoiets als de oude theologische vraag hoeveel engelen kunnen dansen op een speld.” De voorgaande twee zinnen schreef ik bijna 4 jaar geleden. Het is om moedeloos van te worden, een volkomen onproductief debat dat desondanks maar niet ophoudt en steeds weer wordt opgerakeld met valse of half ware argumenten. Nu heeft afgelopen week bestuurskundige Paul Frissen Geert Wilders maar weer eens verweten gebruik te maken van het ‘fascistische discourse’. Het probleem bij dit soort beschuldigingen is de definitie van fascisme. Die definitie verschilt van persoon tot persoon, maar op de achtergrond is voortdurend de niet zo erg frisse suggestie van vervolging van minderheden, inclusief de gaskamers. Frissen zegt het volgende: “Het demoniseren van minderheden, het wij/zij denken, is het klassieke fascistische verhaal door de geschiedenis heen.” Duidelijk? Nauwelijks. Op de eerste plaats zijn er nogal wat problemen met een aantal van onze minderheden. Frissen zal toch ook wel eens een WRR-rapport over onze allochtone medeburgers hebben open geslagen. Onze minderheden zijn oververtegenwoordigd in de bijstand, zijn vaker werkloos, komen vaker met justitie in aanraking, zijn vaak zelf intolerant tegenover andersdenkenden en homofielen, enz. Wilders benoemt dat en niet altijd even subtiel, maar feiten benoemen is nog iets anders als ‘demoniseren’. En als wij/zij denken bepalend is voor een fascistische houding, dan is het eind zoek. Dan zijn Ajax-supporters tegenover Feijenoord-supporters fascisten, en omgekeerd, dan zijn de front-office jongens en meisjes tegenover de back-office bij banken en universiteiten fascisten, en omgekeerd. Kortom, als we Paul Frissen in zijn definitie volgen, is iedereen fascist. Behalve onze bestuurskundige zelf. Natuurlijk. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen