22 januari 2016

Peter Nijkamp (VU): hoe rommelwetenschap leidt tot rommelevaluaties

De affaire Peter Nijkamp lijkt wel nooit ten einde te komen. Inmiddels zijn er drie commissies aan te pas gekomen om het werk van Nijkamp te beoordelen. Een VU-commissie heeft deze maand Nijkamp vrij gepleit van datamanipulatie. Bij één van de zeven klachten tegen Nijkamp die de commissie onderzocht, concludeerde die commissie dat datafraude niet kan worden aangetoond, omdat Nijkamp’s wetenschappelijke conclusies niet gebaseerd zijn op de verzamelde gegevens. Het is dus ook niet aannemelijk “dat de auteurs de gegevens zodanig hebben bewerkt (…) dat een op voorhand bepaalde onderzoeksuitkomst werd bereikt.” Met andere woorden: rommelwetenschap kan nooit op fraude zijn gebaseerd, het is nergens op gebaseerd. De commissie Zwemmer concludeerde in maart 2015 dat Nijkamp gebruik maakte van twijfelachtige onderzoekspraktijken, bestaande uit het veelvuldig toepassen van zelfplagiaat en hier en daar plagiaat. Die conclusie staat nog steeds. Dan was er natuurlijk ook nog het ‘landelijk orgaan wetenschappelijke integriteit’ (Lowi) dat Nijkamp juist weer vrij pleitte van plagiaat. Daarvan zeiden wij dat, ten eerste, de knappe koppen in het Lowi het artikel dat zij beoordelen niet goed gelezen hebben en dat er, ten tweede, helaas een goede kennis van Nijkamp in die commissie van het Lowi zat, zodat wij het oordeel van het Lowi ook niet al te serieus konden nemen. Kortom, door het gerommel met de evaluaties van het wetenschappelijke werk van Nijkamp is er voornamelijk mist opgeworpen die het zicht op het werk van Nijkamp belemmert. Gedekt door die mist slaat Nijkamp al weer om zich heen. Hij verklaarde volgens persberichten: “Als charlatans onbekommerd valse beschuldigingen kunnen rondsturen om toegewijde wetenschappers een kopje kleiner te maken, dan is in de toekomst de weg vrij voor steeds meer subversieve acties.” Nijkamp wil liever zonder pottenkijkers blijven rommelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten