01 december 2015

Beatrice de Graaf (terrorprof): “nuances zoek, I”

Wij waren kritisch op terrorismedeskundige en hoogleraar Beatrice de Graaf. Zij dook na de bloedige aanslagen in Parijs overal op in de media, vooral om te vertellen dat we niet bang hoeven te zijn voor Syrische vluchtelingen en voor de naar Nederland teruggekeerde polderjihadisten die in Syrië met de IS hebben gevochten, want wij hebben dat in Nederland allemaal goed geregeld. Wij vroegen ons echter af hoe prof. De Graaf dat zo zeker wist. In Nederland wordt het in de gaten houden van probleemjongeren veelal uitbesteed aan lokale welzijnsorganisaties die miljoenen subsidies ontvangen. Wat die organisaties doen is moeilijk te achterhalen. Die organisaties zijn er ook niet altijd happig op om verantwoording aan de lokale politiek af te leggen. Als je geluk hebt, vertellen de welzijnsclubs hoeveel jongerenwerkers er ingezet zijn, bijvoorbeeld, om overlast gevende jongeren in de gaten te houden. Wat die jongerenwerkers doen, wordt soms ook nog eens weergegeven, maar niet altijd zo dat je er wijs uit kunt worden. Dan staat er bijvoorbeeld: we gaan ingrijpen, corrigeren, signaleren, informeren en adviseren, enzovoorts, enzovoorts. Stellen dergelijke verslagen mij gerust dat het wel goed zit met het in de gaten houden van potentiële terroristen in de grote Nederlandse steden? Absoluut niet. Mijn eigen ervaring op dit terrein (maar ik ben natuurlijk geen terrorprof als Beatrice de Graaf) is dat het voor lokale politici vaak onmogelijk is iets te weten te komen over het effect van het welzijnswerk. Laat staan dat burgers er achter kunnen komen. Hoe kan Beatrice de Graaf daar dan wel achter komen? Dat wordt ook niet duidelijk uit een jubelstuk over haar in De Volkskrant (alleen voor abonnees). Wordt vervolgd. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen