25 november 2015

Ismo (rapper): “Ik geef flikkers geen hand” (en dus 1500 euro boete)

Ismo is de nom de chanson van de Brabantse rapper Ismael HoullichHij heeft een swingend rapnummer geschreven waarvan de tekst tot justitiële opwinding heeft geleid. Het openbaar ministerie eist 1500 euro boete wegens het beledigen van homoseksuelen en joden. Wat? Waarom bemoeien gerechtelijke autoriteiten zich met de inhoud van een liedje? En waarom mag Ismo geen kritiek hebben op homoseksuelen en joden, zoals Geert Wilders kritiek heeft en mag hebben op moslims en op de islam? En, mogen we nog even de tekst van schrijver W.F. Hermans over het katholieke bevolkingsdeel in herinnering roepen: “De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. (…)!” Het staat in zijn roman Ik heb altijd gelijk uit 1951. Inderdaad, hij werd voor het gerecht gedaagd op grond van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht waarin het zich opzettelijk in beledigende vorm uitlaten over een bevolkingsgroep strafbaar wordt gesteld. Hermans werd vrijgesproken, omdat het immers niet zijn woorden waren, maar die van de hoofdpersoon in zijn roman. Wat is het verschil met Isom? Er is geen verschil: zijn liedje is net zo goed een culturele uiting als de roman van Hermans dat was. Liedjes gaan, net zo min als romans, over de persoon die ze zingt. Liederen beschrijven fictieve gebeurtenissen die aan de werkelijkheid ontleend kunnen zijn, maar die gebeurtenissen en/of meningen hoeven in ieder geval niet met de zanger geïdentificeerd te worden. Als wij het Wilhelmus zingen, transformeren wij ons toch ook niet tot Willem van Oranje? Kortom, kan het openbaar ministerie zich niet eens met echte zaken bezig houden?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen