06 oktober 2015

Peter de Waard (De Volkskrant): Economen als roeptoeters, II

Dankzij de marginale revolutie in de economie begrijpen we beter waarom diamanten duur zijn en waarom water goedkoop is. Peter de Waard denkt echter dat de marginale revolutie een poging was om van de economie een exacte wetenschap te maken door het gebruik van wiskunde en statistiek. Het is waar dat door gebruik te maken van begrippen als marginaal nut of marginaal product het veel makkelijker is geworden om wiskunde te gebruiken. Marginaal nut is de wiskundige afgeleide van het nut en het marginaal product is de afgeleide van de productiefunctie. Als je als econoom kunt differentiëren, kun je economische redeneringen daarom ook veel beter onderbouwen dan bijvoorbeeld de klassieke econoom David Ricardo (1772-1823) dat kon. Ricardo toonde met veel omhaal van woorden aan dat de werkende klasse gedoemd is op het minimumniveau te blijven leven. Dankzij de marginale revolutie kun je deze stelling op één A4-tje aan eerstejaars economiestudenten uitleggen en direct laten zien waarom de stelling niet klopt (Ricardo hield geen rekening met technische vooruitgang). Ook het academische leven van Karl Marx zou zo veel makkelijker geweest zijn als hij de marginale revolutie had meegemaakt. Zijn magnum opus had een stuk korter kunnen zijn en wellicht ook een stuk leesbaarder (zie Piketty). Kortom, de marginale revolutie in de economie zorgde er voor dat veel inzichten die al lang bestonden op hun plaats vielen en inderdaad met wiskunde korter en krachtiger geformuleerd konden worden. Daarmee werd de economie geen exacte wetenschap. Economie was en bleef een vorm van toegepaste logica: je begon met aannames, je ging daarna redeneren over mogelijk gedrag en je trok tenslotte een conclusie. Dat deden de klassieken en dat doen nog steeds de neoklassieken. Maar erg exact is dat niet, want zoals wij weten kun je met de (neo)klassieke economie heel veel kanten op (wordt vervolgd). 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten