14 oktober 2015

Paul Romer (topeconoom): wetenschap is consensus

Zoals we zagen heeft Paul Romer in het toptijdschrift voor economen, de American Economic Review (AER), collega-economen (en zeker niet de eerste de beste) er van beschuldigd papers te schrijven vol onbegrijpelijke wiskunde die als doel hebben een niet-wetenschappelijke boodschap uit te dragen. De reactie van andere evenzeer kritische economen liet niet lang op zich wachten. Noah Smith, bijvoorbeeld, merkte op dat mathiness niet een probleem is van dat handjevol door Romer met name genoemde economen, maar van de hele professie. Daar wil ik nog wel kanttekeningen bij plaatsen, maar wat mij vooral opviel was dat Romer een heel curieuze definitie van wetenschap er op nahoudt. Hij begint zijn verhaal in de AER met de volgende definitie van wetenschap. Wetenschap moet volgens hem tot consensus leiden over theoretische en empirische stellingen die waar zijn. Daarbij is het nodig dat er stevige verbindingen zijn tussen woorden van de gewone taal en symbolen van de formele taal van de wiskunde. Romer zegt dus iets over 1. de ‘taal’ en 2. de definitie van wetenschap. Zowel 1. als 2. zijn misleidend. Wat 2. betreft, waarom zou er consensus in de wetenschap moeten zijn? Fundamentele tegenstellingen in de wetenschap hebben soms eeuwen geduurd. Denk in de natuurkunde bijvoorbeeld aan de golf- (Christiaan Huygens, 17de eeuw) versus de deeltjes- (Isaac Newton, 17de eeuw) interpretatie van licht. Welke van de twee benaderingen ‘waar’ was, bleef eeuwenlang ongewis. In de vorige eeuw kwamen natuurkundigen tot de consensus dat beide interpretaties onder bepaalde omstandigheden waar kunnen zijn. Als het aan Romer zou liggen, had een van de twee benaderingen eeuwen geleden al verketterd moeten worden als mathiness. Hijzelf verkettert papers uit de groeitheorie die niet sporen met zijn 20 jaar geleden ge├»ntroduceerde ‘endogene’ theorie. Met welk recht? (Wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen