27 oktober 2015

Paul Romer (topeconoom): Much ado about nothingness

Nog even herhalen. In een column van Volkskrantjournalist Peter De Waard van 2 oktober jl, las ik “De New Yorkse hoogleraar Paul Romer, grondlegger van de nieuwe groeitheorie, heeft economen mathiness (wiskundegekte) verweten waarmee zaken worden verdoezeld in plaats van verhelderd.” Het begrip mathiness was afgeleid van het begrip truthiness dat zoiets betekent als dingen die men graag als waar wil zien zonder dat ze het zijn. Romer had met zijn mathiness een kleine wervelstorm in de economenwereld veroorzaakt. We weten nu dat het een storm in een glas water is, het gaat nergens over: het is nothingness. Zijn wetenschapsfilosofie deugt niet, want hij wil dat wetenschappers naar consensus streven en niet naar tegenstellingen. Dat is contraproductief, want juist tegenstellingen lokken extra onderzoek uit. In de economie is het bovendien vrijwel onmogelijk de ‘ware’ theorie vast te stellen. Er is geen test denkbaar die de endogene groeitheorie (de theorie die Romer groot heeft gemaakt) definitief zal bevestigen. Dan is er nog de claim van Romer dat de variabelen die academici gebruiken in werkelijkheid waargenomen moet kunnen worden. Helaas, ook al onzin, zoals we lieten zien aan de hand van het begrip kapitaal. De kapitaalgoederenvoorraad kan gemeten worden en we vinden het resultaat daarvan in de nationale rekeningen. De manier waarop kapitaal gemeten wordt is echter gebaseerd op theoretische overwegingen die niet door iedereen wordt gedeeld. Romer wil echter dat het kapitaalbegrip in de theorie gebaseerd moet zijn op waarnemingen. Maar dat is onmogelijk! De waarnemingen zijn er alleen maar (en dus niet tot ieders tevredenheid) omdat de theorie heeft aangegeven hoe ze afgeleid kunnen worden. Kortom, als economische theorie ontwikkeld had moeten worden, door uit te gaan van waarneembare data, was er nooit enige economische theorie tot stand gekomen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen