24 oktober 2015

Paul Romer (topeconoom): de taal van de wetenschap zit ook in data, II

Paul Romer vindt dat de symbolen die economische wetenschappers in hun wiskundige afleidingen gebruiken, moeten verwijzen naar zaken die in de praktijk ook waarneembaar zijn. Helaas, wij betoogden dat dat niet (altijd) kan. Neem als voorbeeld het begrip ‘kapitaal’ dat steevast wordt aangeduid met de letter K (dus niet C) in economische papers. Romer gaat er dus vanuit dat K verwijst naar iets dat je in de werkelijkheid kunt waarnemen. Probleempje! Wat kapitaal is, komt niet uit de werkelijkheid, maar economen (en/of filosofen) hebben het verzonnen. En zo als dat gaat met economen, ze zijn het niet met elkaar eens over wat kapitaal is. Toch schrijven ze er dikke boeken over, in onze dagen bijvoorbeeld Thomas Piketty; in de negentiende eeuw Karl Marx. Piketty doet er niet moeilijk over: kapitaal is wat we er over in de statistieken kunnen vinden. Dit uitgangspunt is hem niet door iedereen in dank afgenomen, met name niet door marxisten. Volgens Marx konden ‘kapitalisten’ dankzij het bezit van ‘kapitaal’ arbeiders uitbuiten. Wat dat ‘kapitaal’ dan precies was, deed er eigenlijk niet toe. Het was eigendom dat op een of andere manier macht opleverde. Piketty heeft het heel indirect ook over macht, maar hij baseert zich toch liever op ‘objectieve’ gegevens. Het is daarom misschien wel heel erg ironisch dat Romer ook Piketty van mathiness beschuldigt. Piketty gebruikt in zijn boek namelijk een economisch model (al staat het niet zo duidelijk in zijn beroemde bestseller) en hij formuleert zijn model zo dat hij precies er uit krijgt wat hij wil, namelijk dat het aandeel van kapitaal in het nationaal inkomen vrijwel onbeperkt kan blijven toenemen. Bam: de banvloek van Romer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen