14 september 2015

Jeroen Dijsselbloem (MinFin): gooi steungeld maar in bodemloze put

De Algemene Rekenkamer (AR) merkte vorige week op dat de besteding van de financiële noodhulp die gaat naar de probleemlanden in de eurozone (voornamelijk Griekenland) niet valt na te gaan; dat er geen onafhankelijke en ook geen democratische controle is op de besteding van die gelden; dat wij (wij Europese belastingbetalers) ook achteraf niet weten of die noodhulp ergens toe geleid heeft, bijvoorbeeld of de begroting van die landen nu wel op orde is. Je zou misschien verwachten dat na zo'n rapport van de AR onze parlementariërs (die over onze belastingcenten waken, immers) minstens de minister van financiën op het matje roepen en al een motie van wantrouwen in hun achterzak hebben. Maar nee, de Brusselse supertechnocraat, Jeroen Dijsselbloem, werd geen strobreed in de weg gelegd. Hij mocht ongehinderd tegen de Algemene Rekenkamer ingaan. Volgens de krant zei Dijsselbloem als reactie: “dat de noodsteun niet voor specifieke projecten is bedoeld, maar om de begroting te stutten. In Nederland is er ook geen een-op-een relatie te leggen tussen alle inkomsten van de staat en de uitgaven.” Wat? Nederland? Wij krijgen toch ook geen noodsteun van de EU, of wel soms? Dan heeft niemand buiten onze landsgrenzen zich te bemoeien met hoe wij ons geld besteden, zolang wij binnen de regels van het stabiliteitspact blijven. Griekenland is een ander verhaal. Zoals wij eerder zagen, is volgens Griekenlandkenner Ewald Engelen dat land “een disfunctionerende staat”, waar steunpakketten “in een bodemloze put” verdwijnen. Dan mag de Europese belastingbetaler op zijn minst weten wat er met zijn/haar steungeld gebeurt. Niet nodig, volgens Dijsselbloem: gooi het maar in de bodemloze put.     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen