25 juni 2015

Hans de Boer (VNO-NCW): 375.000 labbekakken

Kom je in de bijstand omdat je pech hebt, of omdat je een labbekak bent? Sommige mensen lijken voor het ongeluk geboren; hoe ze het ook proberen, ze krijgen hun leven niet op de rails. Geen enkele werkgever wil ze hebben; vroeg of laat komen ze in de bijstand terecht. Marcel van Dam noemde deze ‘bijstanders’ eens de onrendabelen. Maar er zijn ook mensen die in de bijstand komen, omdat ze het aantrekkelijker vinden bijstander te zijn (en misschien eens ergens een zwart baantje in de wietteelt te hebben) dan legaal aan de slag te gaan. Dit ‘werkschuwe tuig’ wordt door werkgeversvoorzitter Hans de Boer in een geruchtmakend interview labbekakken genoemd. Hij denkt dat het om drie kwart van de in totaal 500.000 bijstanders zijn (er zijn overigens minder bijstanders, zie hier), dus 375.000. Beide categorie├źn bestaan ongetwijfeld, maar hoeveel van de bijstanders onrendabelen en hoeveel labbekakken zijn is moeilijk te zeggen. Je kunt het de mensen zelf vragen natuurlijk, maar niemand gaat van zichzelf zeggen dat hij of zij werkschuw is. Het blijft dus gissen. De minister van sociale zaken Lodewijk Asscher denkt dat door de strenge regels niemand meer een baan kan weigeren. Dus het aantal labbekakken is nul. Het lijkt me te optimistisch. Ikzelf denk dat er onder de oudere bijstanders (zo’n 130.000) weinig labbekakken zijn, maar de directeur van het CPB, Laura van Geest, denkt bijvoorbeeld dat oudere werklozen liever in de bijstand terecht komen dan dat ze een lager salaris in een nieuwe baan accepteren. Als er zo weinig empirisch bekend is over de kenmerken van langdurig werkelozen, ofte wel bijstanders, dan kun je er ook van alles over roepen. Dat doen Hans de Boer, Laura van Geest, Lodewijk Asscher (en ondergetekende) dan ook naar hartenlust.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen