26 mei 2015

Tom Wansbeek (ex-decaan): MUB verbeterde hoger onderwijs, I

In de jaren 60/70 was het vrijheid-blijheid aan de economische faculteiten in Nederland. Je deed maar wat je leuk vond en dat kon betekenen dat je je specialiseerde in het marxisme-leninisme, maar als je lid van de SER werd of ging vissen was het ook goed. Onderwijs geven deed je er bij. Toen kwamen de jaren 80 en ging Tom Wansbeek, samen met zijn maatje Arie Kapteyn, de zaak aan de economische faculteiten eens flink opschudden. Zij stelden een top 40 van de beste economen samen, die gebaseerd was op aantallen publicaties van de economen in Nederland. Als je op die lijst stond, stelde je wat voor, anders niet. Dat was ongehoord. ‘Rendementsdenken’ zouden we nu zeggen, maar toen bracht het een onderzoekatmosfeer die aan de economische faculteiten alleen bij wat buitengebieden, zoals econometrie, al bestond. De top 40, of je het nu gelooft of niet, leidde indirect tot een grote verbetering van de kwaliteit van het onderzoek aan de economische faculteiten. Bij het benoemingenbeleid werd er voortaan gelet op de onderzoekvaardigheden van de kandidaten en daardoor werden de economische faculteiten langzaam maar zeker bevolkt door mensen die wisten wat er in de economische theorie- en empirievorming gaande was. Studenten kregen niet meer, zoals in de jaren 60/70, aftandse theorieën (of nog erger, helemaal geen theorie) voor geschoteld. Het universitair onderwijs werd steeds meer state-of-the-art. Het is natuurlijk niet waar dat iedere goede onderzoeker ook een goed docent was, maar voor mijzelf gold (als student aan de VU in de jaren 60/70) dat ik liever een slechte docent had die me iets bijbracht, dan een goede docent die me niets bijbracht. En toen schreef Tom Wansbeek een brief aan de Volkskrant (wordt vervolgd).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen