02 maart 2015

Jet Bussemaker: de moeder van het rendementsdenken

Wij spraken over de zogenaamde prestatieafspraken die tussen de universiteit en het ministerie zijn afgesloten. Dit zijn bureaucratische afspraken tussen collaborerende bestuurders van de universiteiten en de toenmalige staatssecretaris voor onderwijs ‘Jupiter’ Zijlstra, waarbij de universiteiten zich er toe verplichten meer studenten in de eerste fase van hun studie te laten slagen. Men noemt dat plechtig het bachelor-rendement. Dit ‘rendement’ heeft heel weinig met de kwaliteit van onderwijs te maken. Iedere docent weet dat het rendement zonder enige verhoging van de kwaliteit van de cursus en/of de opleiding in een handomdraai te verhogen is. De kwaliteit van de opleiding wordt door heel veel zaken bepaald. Bijvoorbeeld door de inzet van de docenten; door de mate waarin zij bereid zijn het vak bij te houden; de tijd die zij krijgen voor het verzorgen van hun vak; de inzet en motivatie van studenten zelf, enzovoorts. Aan al die zaken schort wel eens wat, maar het belangrijkste dat er aan schort is voldoende geld en dus tijd voor docenten om studenten te begeleiden. Zo ken ik opleidingen waar studenten praktijkgerichte projecten moeten doen, waar ze uiteindelijk een cijfer voor krijgen, maar geen begeleiding en geen feedback over wat ze goed of fout hebben gedaan. De docenten krijgen er geen tijd voor. Wat weet de minister, Jet Bussemaker, van de kwaliteit van onderwijs? Een jaar geleden schreef ze: “Kwaliteit wordt door meerdere factoren bepaald.” Dat schrijft ze nadat ze even eerder had opgemerkt dat er helaas een paar “onvoorziene bezuinigingen” in het hoger onderwijs waren ingevoerd. Goed, meer geld zit er niet in. Wil ze dan misschien van het ‘rendementsdenken’ af? Nou nee hoor, want “De prestatieafspraken zijn een middel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.” 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen