19 januari 2015

Thomas Piketty (‘Capital’): houdt van Lorenz, niet van Gini (correctie)

Had ik net beweerd dat ongelijkheid en Thomas Piketty uit de mode zijn, staat er op de voorpagina van de Volkskrant paginagroot: “vermogenskloof groeit snel” en onze eigen Mr. Inequality, Robert Went, twittert over diverse grootheden die ongelijkheid weer op de agenda zetten, maar misschien is het thema ondanks Charlie Hebdo wel helemaal niet weg geweest. Over Gini vs. Lorenz gaan we het ook nog hebben, maar eerst maar even het bericht in de Volkskrant. Want waarom Gini of Lorenz of allebei een probleem is/zijn bij het meten van ongelijkheid, blijkt al enigszins uit de berichtgeving van de krant. Het blijkt namelijk dat niet de rijken rijker zijn geworden, maar “de gewone huishoudens werden flink armer (…) door dalende huizenprijzen en stijgende hypotheekschulden.” De krant spreekt over ‘gewone huishoudens’, niet over arme huishoudens. Ik ken geen enkel arm huishouden dat een eigen huis heeft of een hypotheek. De ‘gewone’ huishoudens kunnen dus niet zo heel erg arm zijn (maar ook niet zo erg rijk). Moeten wij dan compassie hebben met een groep niet arme huishoudens die zich vrijwillig in een slechte investering hebben gestort (daartoe natuurlijk aangemoedigd door op winst beluste banken)? Er was nog iets vreemds aan de hand. Mijn Leidse vrienden, Koen Caminada en Kees Goudzwaard, hebben uitgerekend (en de krant meldt dit) dat de vermogensongelijkheid veel kleiner zou zijn als pensioenvermogens worden meegeteld. Van de aanvullende pensioenregelingen in Nederland is bekend dat deze herverdelen van lage naar hoge inkomens. Als we dus pensioenregelingen gaan meetellen wordt de vermogensongelijkheid minder, maar gaan door de perverse (van arm naar rijk) herverdeling de lage inkomens er (in pensioenvermogen) toch op achteruit. Soms begrijp ik niets van mijn eigen vakgebied.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen