13 januari 2015

Sylvester Eijffinger: verval van de economie

Het is na Charlie Hebdo moeilijk om het weer over economie te hebben en zeker over het verval van de economie als wetenschap, dat door Sylvester Eijffinger was aangekaart. Hij mopperde dat de ‘interpersonele nutsvergelijking’ uit de economische wetenschap is verdwenen en daarmee ook de bestudering van maatschappelijke problemen door economen. Nee hoor, zeiden wij, lees Thomas Piketty maar eens. Bovendien, hele generaties (theoretische) economen hebben tijdschriften vol geschreven over de ‘interpersonele nutsvergelijking’. Als ik het resultaat van al deze intellectuele vlijt als relatieve leek mag samenvatten, dan is het dat zo’n vergelijking nog steeds problematisch is, maar als de nood aan de man komt, verzinnen we een list (voor de kenners: we nemen bijvoorbeeld aan dat het nut kardinaal vergelijkbaar is). Economen als Piketty of, hier in Nederland, Wiemer Salverda, hebben zich bezig gehouden met wat op het eerste gezicht een veel praktischer toepassing lijkt, namelijk het meten van inkomens- of vermogensongelijkheid. Meten is nog niet oordelen, dus dit lijkt een objectieve exercitie. Met name Pikettty heeft er een kunst van gemaakt om grootse datasets te verzamelen om die dan in zijn monumentale boek ‘Capital’ breed en, zo lijkt het, overtuigend uit te stallen. De ‘interpersonele nutsvergelijking’ van Piketty is niet gebaseerd op theoretische scherpslijperij; Piketty heeft ‘gewoon’ zijn voorkeur over de gewenste verdeling, hoewel hij in zijn publieke optreden duidelijk laat merken dat de lezer ook zelf mag oordelen. Zonder al te veel interpersonele nutsvergelijking lijkt Piketty er toch in te slagen een maatschappelijk probleem aan te snijden. Is hij dan wel in staat het ‘optimale maatschappelijke geluk’ te berekenen? Nou nee, natuurlijk niet, jammer maar helaas, ook zijn analyse wordt  door het probleem van de interpersonele nutsvergelijking verduisterd. Lees desgewenst verder op mijn economieblog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen