27 januari 2015

Robert Went: is geluk nog heel gewoon?

Gerard Cox zong over hoe ongecompliceerd geluk kon zijn in de jaren 50: we waren arm, maar er was gezelligheid, we gingen met een kruik naar bed, het ganzenbordspel nog op tafel. Geluk was toen nog heel gewoon, maar we wilden vooral welvaart. De overheid dacht de economie te kunnen sturen naar een zo hoog mogelijke welvaart. De welvaart steeg wel, ongekend snel zelfs, maar dat de overheid daar een grote bijdrage aan geleverd heeft, wordt nu door velen betwijfeld. Als de overheid dan niet onze welvaart kan maximaliseren, zou ze ons dan een handje kunnen helpen gelukkig te worden? Daar schreven Robert Went en Hella Hueck een lang en mooi stuk over in hun serie ‘de economie van overmorgen’. Uit hun overzicht blijkt dat de overheid zich allang niet meer beperkt tot het meten van de welvaart. Legio ambtenaren en wetenschappers, waaronder economen van aanzien zoals Richard Layard en Bruno Frey, proberen ons geluk te meten. Vaak gaat dat door ons eenvoudigweg te vragen hoe gelukkig we zijn op een schaal van 1 tot en met 10. Geeft dat enig inzicht in ons nationale geluk? Frey is daar in het aangehaalde artikel optimistisch over. Zoals we zagen zijn er echter ook veel economen sceptisch over de mogelijkheid nationaal geluk te meten. De reden is dat we de intensiteit van onze gevoelens niet kunnen vergelijken. Als ik mijn geluk op een 7 schat en Robert Went ook, kunnen onze 7s toch op totaal verschillende ‘hoeveelheden’ geluk slaan. Alleen, we kunnen dat niet weten, omdat we niet in elkaars geest kunnen kruipen. Toch wordt door de gelukswetenschappers getallen waarvan we niet weten wat ze voorstellen bij elkaar opgeteld. Dan toch maar liever de 42 ‘geluksindicatoren’ die de Britten verzamelen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen