17 november 2014

Thomas Piketty: hoe erg is ongelijkheid nu eigenlijk?

Piketty is al weer even het land uit en inmiddels vervangen door Sinterklaas. Maar de vraag die het verblijf van Piketty heeft achter gelaten blijft in mijn hoofd rondzeuren: hoe erg is ongelijkheid nu eigenlijk? Piketty’s boek over kapitaalinkomen in de 21e eeuw heeft eigenlijk één centrale stelling, namelijk dat vermogende mensen steeds rijker worden ten opzichte van de mensen die van een ‘gewoon’ looninkomen moeten rondkomen. Is dat erg? Ongelijkheid kan een negatief effect hebben op de bestedingen, bijvoorbeeld omdat rijken minder van hun inkomen consumeren dan niet-rijken. Maar dan zullen de rijken hun geld wel investeren en dat is dan weer goed voor de economische groei. Als de rijke elite aan zijn rijkdom komt door zich de vruchten van het nationaal product jaar na jaar toe te eigenen (denk bijvoorbeeld aan Mugabe en zijn kliek in Zimbabwe), dan kan dat de productiviteit van de niet-elite onmogelijk ten goede komen. Als je niet bij de elite hoort, krijg je immers toch niets. Maar als iedereen evenveel kans heeft een miljardair te worden, dan heeft ongelijkheid minder ernstige gevolgen dan wanneer steeds dezelfde mensen de hoofdprijs uit de ton grabbelen. In Nederland lijkt de tweede reden voor rijkdom (rijkdom als lot uit de loterij) relevanter te zijn. Er gaan tenminste maar weinig mensen gebukt onder het idee dat er superrijken zijn. Er is geen algemene volkswoede tegen de familie Heineken, of tegen de Brenninkmeijers (C&A), of de familie Goldschmeding (Randstad). We zijn niet zo bezig met de grote vermogens; we hopen dat wij (of onze kinderen) ook eens aan de beurt komen. Deze ongelijkheid lijkt niet erg veel effect te hebben op het verdienvermogen van de economie. Overigens: de superrijken moeten wel gewoon, net als iedereen, belasting betalen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten