30 november 2014

Sylvester Eijffinger: over het verval van de economische wetenschap II

We herinneren ons dat Prof Sylvester Eijffinger een ‘essay’ heeft geschreven over het verval van de economische wetenschap. Dat verval begon, aldus de professor, bij Pareto, die, zo weten wij, de welvaart maximaal vond als er geen middelen werden verspild. Zijn door het welvaartsbegrip van Pareto te gebruiken “maatschappelijke problemen veelal uit het blikveld van economen  verdwenen,” zoals Eijffinger beweert? Laten we eens kijken of dat zo is op mijn eigen vakgebied, de overheidseconomie, een gebied waarop ook Eijffinger zich graag beweegt (het zij hem gegund, overigens, want het is een mooi vakgebied). Met het criterium van Pareto in de hand (aangevuld met een toevoeging van een andere economische gigant, Paul Samuelson, 1915-2009) kun je bijvoorbeeld laten zien dat democratie bijna altijd tot verspilling leidt. Of, je kunt laten zien (in theorie uiteraard, maar prof Eijffinger’s beschouwing is ook theorie) dat wanneer in een economische unie landen zelf mogen besluiten hoe groot de omvang van hun collectieve sector is, onder restricties zoals in de EU het geval is, de landen die kiezen voor een grote omvang van hun collectieve sector hun welvaart (à la Pareto) kunnen zien dalen in vergelijking met een situatie waarin de unie centraal besluit. Noem die twee voorbeelden, die je dus met behulp van het Paretiaanse welvaartsbegrip kunt bekijken, maar eens geen maatschappelijke problemen. Maar heeft Eijffinger dan misschien een punt dat oordelen over ongelijkheid door Pareto achter de horizon zijn verdwenen? Dit is de zogenaamde “intersubjectieve nutsvergelijking” waar economen volgens Eijffinger niet meer aan doen. Dan heeft Eijffinger waarschijnlijk Piketty nog niet gelezen, 700 bladzijden vol met “intersubjectieve nutsvergelijking” tussen rijk en arm. Maar daar zitten wel wat problemen, al weet ik niet of Eijffinger die problemen ook kent. We komen er dus (nogmaals) op terug. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen