29 oktober 2014

Thomas Piketty (‘Karl Marx’): in glamourland

Er zijn hier en daar mensen die het boek van superster-econoom Thomas Piketty over kapitaalinkomen in de 21e eeuw niet gelezen hebben, maar er toch een mening over hebben. Dit dikke boek (ik heb het inmiddels gelezen) heeft als centrale stelling dat de westerse democratie op weg is te verworden tot een 18e eeuwse oligarchie waarin de superrijke families het dankzij hun vermogen in feite voor het zeggen hebben. Die rijken worden ook nog eens (door r>g) steeds rijker ten opzichte van de mensen die van een ‘gewoon’ looninkomen moeten rondkomen. Van generatie op generatie wordt die rijkdom via erfenissen doorgegeven zodat dezelfde families continu aan de macht blijven. Het is een somber beeld dat (de optimistische) Piketty schetst. Het is somber omdat weliswaar de grondleggers van een familievermogen meestal ondernemers waren die belangrijke economische vooruitgang brachten; de erfgenamen zijn dat echter steeds minder (en hebben ook geen reden ondernemend te zijn). Latere generaties superrijken verworden tot uitvreters die alleen nog maar optreden in de glamourwereld van de boulevardbladen. Valt er wat in te brengen tegen dit beeld? Laten we eens op de anekdotische tour gaan en kijken naar een paar superfamilievermogens. Neem bijvoorbeeld, de rijke Amerikaanse industriëlen Rockefeller, Duke en Vanderbilt uit de 19e eeuw. Hun vermogen werd in trust funds gestopt, met trust fund managers die verantwoordelijk werden voor het doorgegeven van het vermogen aan de erfgenamen. Bij de Rockefellers schijnt dat inderdaad op zijn Piketty’s te gaan, maar bij de Duke’s gaat het heel moeizaam. Zo ook bij de Vanderbilt familie. Kortom, er is hoop. Sommige rijke families degenereren zo snel dat er alleen maar zielige mensen overblijven waar we niet bang voor hoeven te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen