28 september 2014

Jan de Quay (1901-1985): held of schurk

Toen ik een jaar of 10 was (begin jaren 60) en mensen vroegen wat ik wilde worden, zei ik dat ik De Quay wilde worden. De Quay was toen minister-president en dat leek mij ook wel een mooi beroep. Waarom ik dat toen vond, weet ik niet meer. Misschien was dat omdat mensen het veel over De Quay hadden. Hij schijnt een populaire premier geweest te zijn. Deze week kwam een biografie van hem uit. Uit de krant begreep ik dat de auteur van de biografie vindt dat De Quay eerherstel verdient. Hij had immers als premier de Nieuw-Guinea kwestie opgelost. Daarbij moest Nederland buigen naar de VS en De Quay boog mee. Niet echt een uitzonderlijke prestatie. Verder zorgde hij, volgens de auteur, vlak na WOII voor een ‘Wirtschafswunder’ als commissaris der koningin (CdK) in Brabant. Dat is nauwelijks voor te stellen: een CdK die de economie kan be├»nvloeden. De Quay is nu voornamelijk bekend als medeoprichter van de Nederlandse Unie aan het begin van WOII. Die Unie wilde met de bezetter samenwerken. Ik ken hem ook als falende bestuurder tijdens de Zeeuwse watersnoodramp (1953). Op de eerste avond (1 februari) van de ramp belde de burgermeester van het Brabantse stadje Willemstad de CdK, De Quay dus, en waarschuwde dat de dijken zouden kunnen breken. De Quay ging echter naar bed en toen De Quay in actie kwam, liep Willemstad al onder water en was het onbereikbaar geworden. Hij verdient wel een pluim voor zijn veroordeling van de erotische avonturen van Prins Bernhard. De Quay zou geschreven hebben: “Ik vind het ellendig. (…) Je land mag je niet verraden, je vrouw klaarblijkelijk wel.” Hij was echter weer niet zo dapper dat ook in het openbaar te zeggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen