27 mei 2014

Frank Kalshoven: economisch denker?, I

Eind jaren 90 was ik lid van de programmacommissie van het CDA. In die tijd werd lastenverlichting, gekoppeld aan loonmatiging, beschouwd als het beste economische beleid dat voorstelbaar was. Zo zat het toendertijd ook in de macro-economische modellen van het CPB: lastenverlichting zorgde er voor dat de vakbonden bereid waren de looneisen te matigen en loonmatiging leidde volgens die modellen dan weer tot een toename van de werkgelegenheid en dus tot een stijgend nationaal inkomen, enzovoorts. Ik geloofde daar toen niets van. In de programmacommissie pleitte ik tegen lastenverlichting. Met het oog op de toekomstige vergrijzing zou er juist een buffer bij de overheid opgebouwd moeten worden om de kosten eerlijker over generaties te spreiden. Diverse andere leden in de programmacommissie waren het met me eens (waaronder de latere minister van financiĆ«n, Jan-Kees de Jager), maar een verkiezingsprogramma zonder enige lastenverlichting durfde men ook niet aan en dus werd er toch lastenverlichting voorgesteld, maar zo ongeveer de laagste lastenverlichting van alle partijen. In die tijd was Frank Kalshoven al columnist bij De Volkskrant en op een kwade dag brak hij zijn economische staf over het verkiezingsprogramma van het CDA. Hij schreef zoiets als (helaas ben ik de oorspronkelijke tekst kwijt) dat er bij het CDA kennelijk geen economisch benul aanwezig was om zo weinig lastenverlichting voor te stellen. Hij ging dus mee in de gangbare visie. Het kabinet dat na de verkiezingen aan het bewind kwam (PvdA, VVD en D66) gaf ruimhartig lastenverlichting, maar de loonmatiging kwam er niet. De economie raakte oververhit en het overheidstekort groeide. Kalshoven heeft zijn mening over het ‘economisch onbenul’ nooit herzien, geloof ik. Hij bleef gangbare meningen achterna lopen, zoals ik ongeveer tien jaar later weer eens merkte. Daarover een volgende keer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen