14 april 2014

Monseigneur Jo Gijsen: brandt in de hel

Vroeger als katholiek jongetje geloofde ik in de hemel en de hel. Het was mij geleerd door de fraters bij wie ik op de lagere school zat en mijn moeder deed daar een schepje bovenop. Naar de hel ging je als je een doodzonde had begaan. Het was bijvoorbeeld een doodzonde als je op zondag niet naar de heilige mis ging. Dus gingen wij iedere zondag naar de kerk, ik in nette kleren die kriebelden. Van seks wist ik niets, evenmin als mijn moeder hoewel ze acht kinderen op de wereld had gezet. Althans, het was in de jaren 50 een onderwerp dat niet in ons gezin aan de orde werd gesteld. Ons gezin: mijn moeder als weduwe met nog drie kleine kinderen in huis en een wat groter kind dat later, veel later, homoseksueel bleek te zijn. Van seks wist ik dus niets en kon ik ook niets weten, want er werd mij niets over verteld. Laat staan dat ik iets wist over seksueel misbruik. Seksueel misbruik was kennelijk geen doodzonde want, zoals we nu weten, katholieke geestelijken bezondigden zich er veelvuldig aan. Zelfs dus Gijsen, waarvan ik bij zijn dood bijna een jaar geleden nog dacht dat hij niet geraakt was door de onthullingen over seksueel misbruik in de kerk. Op aanklachten tegen hem wegens seksueel misbruik reageerde hij door bij de politie aangifte te doen wegens smaad. Hij blijkt nu schuldig te zijn, maar helaas is hij nu dood. Was ik nog maar dat katholieke jongetje. Dan wist ik nu zeker dat Jo Gijsen voor eeuwig in de hel zou branden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten