06 april 2014

Jan van Ours: de journalistencode van Sylvester Eijffinger

Ik volg geen twitteraars. Zo moest ik afgelopen vrijdag in de wandelgangen van mijn geliefde campus horen van het stofwolkje dat mijn bescheiden collega Eijffinger, nationaal bekend om zijn trefzekere voorspellingen, op twitter had opgeworpen. Het ging om zijn bewering dat de nucleaire top Nederland 1 tot 2 miljard euro gekost moet hebben. De econoom/journalist Matthijs Bouman en mijn collega Jaap Abbring twitterden daarop dat dit natte vingerwerk was, zie Univers. Uiteindelijk bleek het volgens Eijffinger allemaal de schuld van journalisten die hem niet alleen inhoudelijk hadden bekritiseerd, “maar ook gemeend hebben om een persoonlijke aanval op mij te [moeten, HV] openen.” Toen kwam een andere collega van mij, Jan van Ours, in actie. Hij dacht dat Eijffinger “na zijn uitglijer vorige week” zijn verontschuldigingen ging aanbieden, maar dat deed Eijffinger dus niet. Jan boos. Deze boosheid had ik ook al gemist. Onlangs zag ik collega Eijffinger op de campus vergezeld van zijn vrouwelijke bodyguard. Het schijnt dat hij bij zijn (en dus ook mijn) college van bestuur (CvB) om persoonlijke bescherming heeft gevraagd; niet tegen journalisten, maar tegen kwaad willende collega’s. Volgens een goede journalistencode ga ik mijn bron van dat gerucht natuurlijk niet noemen, maar nu ik er door dit alles achter kwam dat collega Jan van Ours bijna een jaar geleden ook een persoonlijke aanval op mij had geopend (waarover later meer), moet ik bij mijn CvB ook maar eens om een, bij voorkeur aantrekkelijke bodyguard vragen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten