13 april 2014

Henk Wesseling (historicus): “Universiteit blinkt uit in opschepperij”

Ieder jaar wordt er op mijn universiteit op Prinsjesdag een forum over de miljoenennota gehouden. Vier of vijf economen worden in een forum gezet en die mogen dan hun licht laten schijnen over wat er zoal in de miljoenennota staat. Mijn collega Sylvester Eijffinger neemt ieder jaar in dat forum plaats. Het is mijn vak om iets te weten van de miljoenennota, maar ik word zelden uitgenodigd (in 2009 voor het laatst, zie foto: ik gebroederlijk met Eijffinger). Misschien vindt men mij niet zo’n sterk debater (zie hier vanaf 1:40:00 voor een voorbeeld van mijn debattechniek). Maar welke economen ook in dat forum plaats nemen, vrijwel altijd worden ze aangeduid als ‘topeconomen’. Dat roept bij mij altijd gène op: topeconomen zijn schaars en je krijgt wel heel veel begripsinflatie als je iedere econoom die toevallig in een forum zit, een topeconoom noemt. De historicus Henk Wesseling signaleert in een interview met De Volkskrant hetzelfde verschijnsel. Hij ziet overal de “borstklopperij en opschepperij van onze universiteiten”. Universiteiten spreken alleen nog maar van ‘toponderzoekers’, ‘excellent onderzoek’, ‘prestigieuze prijzen’. Het is mij uit het hart gegrepen, maar dan gaat Wesseling twee keer in de fout. De eerste fout betreft de Spinozapremie. Dit is de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland en wordt daarom wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd. “Aanstellerij […] al was het maar omdat nog nooit een winnaar van de ‘Nederlandse Nobelprijs’ de echte Nobelprijs heeft gewonnen.” Auuuwww. Onze historicus, lid van de ‘prestigieuze’ Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen’ ziet Gerard ’t Hooft, winnaar van Spinozapremie én de Nobelprijs, over het hoofd (niet eens een taalgrapje). Foutje. Maar dan wordt het nog erger en ontspoort Wesseling volledig. Maar, daarover een volgende keer.     

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen