20 april 2014

Henk Wesseling (historicus): “Niks mis met Peter Nijkamp” II

Wij spreken nogmaals over historicus Henk Wesseling. Hij hekelde de “opschepperij van onze universiteiten” (en dat was goed), maar zei ook dat er niks mee is dat Peter Nijkamp zichzelf overschrijft (en dat was slecht). Wesseling vond het wel een probleem dat Nijkamp prestige heeft dankzij “het feit dat hij zoveel stukjes schrijft. En dat die stukjes geciteerd worden. En dat zo’n lijst met veel stukjes leidt tot prestige en prestige leidt tot nieuw geld, tot aanzien binnen de faculteit. Dat is het probleem.” Juist, dat is precies het Mattheus-effect waar nu zoveel om te doen is. Het werkt dus als volgt. Je hebt in het begin van je carrière veel gepubliceerd en daardoor kom je op citatielijstjes en krijg je reputatie. Vergelijk dat met een collega die misschien wel betere ideeën heeft dan jij, maar niet zo vaak publiceert. Zijn/haar artikelen komen daarom niet zo gauw op citatielijsten. Hij/zij was misschien ook niet zo’n goed netwerker als jij en vertelde niet aan collega’s in het vakgebied hoe geweldig zijn/haar artikelen waren. Die collega’s citeerden daarom liever jou, want jij bent ook nog eens het type van de ideale schoonzoon. Jouw carrière gaat als een raket en de zwijgende collega kan een andere baan gaan zoeken. Dat is het Mattheus-effect: de veelschrijvers worden steeds succesvoller ten koste van de minder veel schrijvende collega’s. Wesseling heeft dat dus goed gezien, maar hij zag niet dat de reputatie van de succesvolle wetenschapper een eigen leven kan gaan leiden. De reputatie wordt zo groot dat niemand meer kan geloven dat de sterwetenschapper ‘slechte wetenschap’ kan bedrijven. Daarom komen velen voor hem in het geweer, als zijn reputatie ter discussie wordt gesteld. Zelfs Wesseling heeft een onwankelbaar vertrouwen in de ‘expert’. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten