20 januari 2014

Jeroen Bosman: wetenschappelijke artikelen worden gelezen

Jeroen Bosman schrijft in reactie op een van mijn blogs: “ik daag u (…) uit de stelling dat wetenschappelijke schrijfsels niet of nauwelijks worden gelezen te onderbouwen. Cijfers? Referenties? Ik denk dat het een mythe is.” Inderdaad, deze stelling is moeilijk hard te maken. Citatie-analyse duidt er juist op dat er heel veel wordt gelezen, tenminste in sommige vakgebieden: de sociale psychologie, bijvoorbeeld (toch fraude: zie Stapel), of de geneeskunde (toch fraude: zie Poldermans). Maar dat is slechts schijn (dan zien we nog af van het fenomeen dat iemand geciteerd wordt alleen maar omdat hij daar de auteur(s) om gevraagd heeft). De stelling is een beetje subtiel in de volgende zin: een onderzoeker weet welke artikelen voor zijn onderzoekterrein relevant zijn, maar hij/zij zal ze pas gaan 'lezen' als het eigen onderzoek er om vraagt. Lezen staat tussen aanhalingstekens, want een onderzoeker leest alleen die delen van een artikel die echt noodzakelijk zijn om zelf verder te kunnen. Verder leest hij/zij niets (want: kost tijd). Ik heb het natuurlijk over de gemiddelde onderzoeker. Het genie ziet direct waar een artikel over gaat (het genie leest dus eigenlijk ook niet, maar leert een artikel kennen bij oogopslag!). Voor deze stelling is direct bewijs, anecdotisch bewijs en indirect bewijs. Direct bewijs: vraag het jezelf en de collega’s die eerlijk tegen jou durven te zijn. Resultaat: qed. Anecdotisch bewijs: kijk eens goed naar wat gepubliceerde artikelen en constateer dat het bij sommige artikelen wemelt van de fouten. Dus: zelfs de referees van tijdschriften lezen niet, in ieder geval niet goed. Indirect bewijs: bij benoemingen en bevorderingen van een wetenschapper wordt zelden naar zijn/haar artikelen gekeken (zelfs niet door collega’s). Men berekent een mechanische index die gebaseerd is op aantallen publicaties, de reputatie van de tijdschriften, en dergelijke. Als de waarde van die index te laag is, volgt geen benoeming/bevordering. Conclusie: het lezen en beoordelen van wetenschappelijke schrijfsels wordt overgelaten aan een rekenmachine. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen