29 november 2013

Paul Rosenmöller (VO-raad): smartphone in de klas

Al ruim 35 jaar geef ik les aan studenten en er is wel wat veranderd in die tijd. Krijtjes zijn vervangen door PowerPoint-presentaties, smartboards zijn ingevoerd (niet aan mijn universiteit overigens, wij hebben last van de remmende voorsprong) en videocolleges doen nu zijn intrede. Studenten zelf zaten vroeger met schriftjes in de klas, later een tijdje met niets (want alles stond toch op de computer), toen kwamen ze met hun laptop de klas in, daarna met hun tablet en nu heeft vrijwel iedere student de smartphone binnen handbereik. Je kunt de smartphone niet verbieden (ook al heb je als docent er zelf niet eens één), want hun collegeaantekeningen, hun ‘sheets’, hun opdrachten en de exameneisen staan er allemaal op. Met duizelingwekkende snelheid komen ook de What’sApps van hun vriendje of vriendinnetje binnen, maar als docent kun je geen censuur gaan toepassen op de ontvangst van berichten. Dan kom je niet meer aan lesgeven toe. Het belangrijkste gebruik van de smartphone heb ik nog niet vermeld. Ik heb als docent de tactiek dat ik niet alles wat ik ga vertellen van te voren al op de zogenaamde blackboardsite zet en ook achteraf niet. Studenten moeten zelf nadenken over de gaten die ik met opzet op mijn sheets aanbreng. Maar ook daar hebben studenten wat op gevonden. Ze maken tijdens de les met hun smartphone gewoon een foto van de sheets, zodra de gaten daarop ingevuld zijn. Op de middelbare school is dat allemaal verboden, zei Paul Rosenmöller, voorzitter van de raad voor het voortgezet onderwijs, vandaag in de krant. Ik kan het me voorstellen. Flipping the classroom, wat hij tussen neus en lippen voorstelt, met de smartphone veronderstelt wel dat pubers hun sexhormonen even kunnen uitschakelen. 20-jarigen blijken dat beter te kunnen dan 16-jarigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen