14 april 2013

Philip Scheltens: 32,5 miljoen voor een corrupte wetenschapper?

Het komt vaak voor dat de medische industrie het wetenschappelijk onderzoek naar de werkzaamheid van de eigen medicijnen sponsort. Niets mis mee als de bedrijven maar geen invloed hebben op de uitkomsten, want ze hebben uiteraard een groot financieel belang bij een positief resultaat. Het blijkt dat bedrijven die invloed wel hebben en hoe ze onderzoek subtiel weten te corrumperen, wordt beschreven door Ben Goldacre. In zijn boek Bad Science vind je in hoofdstuk 11 talloze voorbeelden. Stel bijvoorbeeld, er komt niets uit zo’n onderzoek. Vervelend voor het bedrijf dat het medicijn op de markt wilde brengen en nu misschien wel miljoenen euro’s ontwikkelingsgeld moet afboeken. De onderzoekers kunnen dan ook wel hun donaties van het bedrijf vergeten. Maar komt er echt niets uit? Misschien als ze nog een tijdje langer doorgaan met experimenteren, komt er wel wat uit. Anders kun je ook nog de helft van de data weggooien en blijft er misschien toch nog een positief resultaat over. Niet? Gooi alles weg en begin gewoon opnieuw. Kans dat het resultaat beter wordt. Ook niet? Doe dan gewoon wat fancy statistische toetsen met de data, ook al slaan die nergens op en je zult zien, de wereld staat versteld. Kortom, de kans dat bij een test een medicijn als werkzaam wordt aangewezen, is erg groot als die test wordt gefinancierd door het bedrijf dat het medicijn wil produceren. Nu is, hier te lande, professor Philip Scheltens in opspraak gekomen. Hij heeft onderzoek gedaan naar het drankje Souvenaid van Nutricia dat de ontwikkeling van dementie zou kunnen remmen. Dat onderzoek werd gefinancierd door Nutricia. Er kwam uit dat onderzoek dat het drankje werkt. De reden van de opspraak was eigenlijk vooral dat dezelfde Scheltens 32,5 miljoen euro heeft gekregen van de overheid om te besteden aan onderzoek naar dementie. Moet iemand die zich laat omkopen door de industrie dat geld gaan besteden, zo was de impliciete suggestieve vraag. We komen nog terug met een antwoord op die vraag.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen