13 oktober 2012

Peter Rehwinkel: liever geen natte sokken

Onze bestuurders laten het in tijden van nood nog wel eens afweten. Klassiek is de Zeeuwse watersnoodramp (1953) waar het bestuurlijk falen van diverse gezagsdragers zo pijnlijk duidelijk was. In het boek ‘de ramp’ van Kees Slager staan talloze voorbeelden. De burgemeester van Willemstad faalde niet. Hij had in de oorlog in het verzet gezeten en wist dus kennelijk wanneer er actie moest worden ondernomen. Op de eerste avond (1 februari) van de ramp belde hij de commissaris der koningin, prof. dr. Jan de Quay, en waarschuwde dat de dijken zouden kunnen breken. Deze laatste was in de oorlog fout was geweest en deed ook nu niet het goede. De Quay ging naar bed en werd om vier uur in de nacht weer gebeld door de burgemeester van Willemstad, maar toen liep het stadje al onder water en was het onbereikbaar geworden. De Quay werd later minister president. De geschiedenis herhaalt zich. In de nacht van 6 januari 2012 stond er een dijk op doorbreken bij Woltersum. De vicevoorzitter van de veiligheidsregio Groningen belt de voorzitter, Peter Rehwinkel. Maar Rehwinkel slaapt en zijn telefoon staat uit. Dan besluit de vicevoorzitter tot evacuatie. Pas uren later, als Rehwinkel op de rand van het bed zijn sokken weer aantrekt, hoort hij van de evacuatie. Zijn sokken zijn nog droog. Hij zal het nog wel tot minister president schoppen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten