15 oktober 2012

Beatrice de Graaf: onder het bloed van Tanja Nijmeijer

Tanja in de jungle
De FARC in Columbia begon in 1964 als een organisatie van vrijheidsstrijders die opkwam voor de rechten van arme boeren. Gaandeweg heeft de FARC zich ontwikkeld tot een terreurorganisatie die ook misdaden begaat tegen de mensen die ze zegt te vertegenwoordigen. Dat is allemaal niets nieuws en het is ook niet zo’n verwonderlijke ontwikkeling. Veel idealen verkeren in hun tegendeel: kijk naar de voormalige Sovjet-Unie, naar Zimbabwe, naar de vrijheidsstrijders in Afghanistan die al gauw zelf terroristen bleken te zijn. Enzovoorts. Enzovoorts. Het gebruik van geweld om je doel te bereiken is altijd een af te raden weg: zolang je nog niet gewonnen hebt, blijf je geweld gebruiken, maar als je wint is de verleiding ook groot om geweld te blijven gebruiken. Maar natuurlijk trekken die organisaties altijd mensen aan die geweld goedkeuren, zelfs verheerlijken en daar zelf aan willen deelnemen. Deze mensen kunnen (of willen) het onderscheid tussen goed (verzet tegen onrecht) en kwaad (geweld) niet maken. Tanja Nijmeijer, nu weer volop in het nieuws, is zo iemand. Tien jaar geleden werd ze lid van de FARC en ze verkeert nu nog steeds in de Colombiaanse jungle. Prof. Beatrice de Graaf, hoogleraar conflict en veiligheid in historisch perspectief, denkt nu dat wij een te romantisch beeld van Tanja hebben. “Zij is een gevaarlijke terrorist en heeft bloed aan haar handen,” waarschuwt ze het Nederlandse volk. Nee hoor, prof. Beatrice, wij hebben er dan wel niet voor door geleerd, maar we denken echt niet dat Tanja een schattige idealiste is die in de jungle arme boeren helpt oversteken voor aanstormende uitbuiters. Dat haar moeder dat liever wel denkt, kunnen we ons dan weer, in tegenstelling tot prof. Beatrice, wel voorstellen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen