28 september 2012

Prof. F.A. van Vught: collaborateur?

Halbe (2e van links) en Frans (rechts)
Deze week werd ik opgeschrikt door een krantebericht over zogenaamde prestatieafspraken in het hoger onderwijs. Wat was het geval? Alle instellingen van hoger onderwijs moesten van staatssecretaris Halbe Zijlstra, een plan schrijven over de prestaties die ze de komende jaren denken te gaan leveren. Die plannen werden beoordeeld door een commissie onder leiding van professor Van Vught. Prestatieafspraken? Daar lust Halbe natuurlijk pap van, zoals we allemaal weten, maar waarom moeten wij (wij betrokkenen bij het h.o.) daar aan meewerken? Het is toch heel simpel: wil Halbe meer excellente studenten in het h.o? Hupsakee, wij definiĆ«ren alle studenten met een 7 of hoger als excellent. Wil Halbe minder studieuitval? Ook goed: het minimumcijfer voor een tentamen wordt vanaf vandaag een 6. Enzovoorts. Ik heb een paar van die prestatieplannen van instellingen gelezen. Ronkende teksten. Ook die van mijn eigen universiteit (Tilburg, UvT), maar zeker ook die van de Universiteit van Utrecht (UU). Maar toch kreeg de UvT een 8 van commissie Van Vught en de UU een 10. Waarom? Luisteren we even naar wat Van Vught zegt over de UU: ”(…) alles afwegende, beoordeelt de commissie het instellingsvoorstel als bijzonder ambitieus.” en over de UvT: “(…) alles afwegende, beoordeelt de commissie het instellingsvoorstel als merendeels ambitieus.” Juist, de UvT is ‘merendeels ambitieus’ en de UU is ‘bijzonder ambitieus’. Het ontging mij waar dat subtiele verschil in beoordeling op gebaseerd was. Dat cijfer 8 voor de UvT betekende wel een onvoldoende, want daarmee kom je nagenoeg in de onderste categorie wat prestatieplannen betreft en dat gaat budget kosten. Waarom moest/wilde/kon professor Van Vught aan deze onzin meewerken?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen